Certificering

Brandvertaging en certificaten

Wij kunnen u allerlei soorten documenten en certificaten aanleveren als het gaat om brand gedrag van artikelen zoals stoffen, kunstleder/skai, profielen en componenten.

Er wordt onderscheidt gemaakt in verschillende type industrieën waarvoor een brandnorm is ontwikkeld:

  • Automobiel (veelal FMVSS 302)
  • Bus & Coach (veelal EC95/28 en R118)
  • Meubel,- en projectinrichting (DIN EN 1021 deel 1 en 2, ISO 8191 deel 1 en 2, BS5852 (Crib 5), M2 Franse norm, B1 Oostenrijkse norm)
  • Scheepvaart (veelal IMO 652(16))
  • Luchtvaart (veelal FAR 25.853, deel 1)
  • Trein vervoer (veelal DIN 5510)

Certificering

DIN EN 1021 / ISO 8191 / BS5852 / Crib 5

Voor meubelindustrie worden de volgende normen toegepast als het gaat om brandvertraging:

- DIN EN 1021

- ISO 8191

- BS 5852

- M2 Franse norm

- B1 Oostenrijkse norm

Hieronder staan de types omschreven met de bijbehorende betekenis.

BS5852

Deze norm bevat testmethoden voor het beoordelen van de ontvlambaarheid van hoezen en vullingen gebruikt in gestoffeerde stoelen/zittingen door smeulende en brandende ontstekingsbronnen.

BS5852; 1990. Deze norm is ingetrokken en vervangen door de normering DIN EN 1021.

De DIN EN 1021 wordt opgesplitst in 2 tabellen en hebben de benaming DIN EN 1021 'part 1' en 'part 2'

De zogenaamde "UK Fire Statistics" heeft in 1980 de DIN EN 1021 norm ingevoerd in Engeland. De regulering is ontwikkeld voor meubilair die commercieel is aangekocht en ook zo wordt ingezet en stelt dat de BS5852 wordt vereist op het desbetreffende meubilair. De norm omschrijft de ontvlambaarheid van bekleed meubilair. 8 ontstekingsbronnen worden onderscheiden in deze test.

DIN EN 1021-1

De BS5852 vereisten worden als volgt gespecificeerd:

- Voor smeulende ontsteking:

- Test die beschrijft de hoeveelheid waarneembare rook, hitte of hoeveelheid smeul na 60 minuten na ontbranding van het proefstuk

- Test die beschrijft de hoeveelheid ontbranding in de vulling met een maximum van 100 mm in iedere richting.

- Voor brandende ontsteking:

- Test die beschrijft de grootte van de vlam na 10 minuten na ontsteking

- Test die beschrijft de verticale en horizontale ontbranding van het monster en de duur van de proef.

BS5852:1990:Source 5 oftewel CRIB 5 test

Testmethode voor het beoordelen van de ontvlambaarheid voor gestoffeerde stoelen door smeulende en vlammende ontstekingsbronnen.

De introductie van BS5852:1990. Dit document bevat de test methoden en ontvlambaarheid test vereiste voor gestoffeerde opstellingen die worden blootgesteld aan de ontstekingsbronnen 0 t/m 7 (zie tabel 1 hierboven). Bron 0 is een sigaret, bron 1 t/m 3 zijn butaan vlammen met verschillende calorische waardes. Bron 4 t/m 7 zijn houten opstellingen variërend in gewicht van 8,5 gram tot 126 gram. Een "crib" is vervaardigd uit Dennen hout en weegt per stuk ca. 17 gram. Er wordt dus getest vanaf een halve "crib". In deze test wordt dus een houten opstelling aangestoken en hierbij wordt de brandbaarheid van het kunstleder of de stof getest.

De procedure voor de Source 5 test is anders. Hierbij wordt een beklede stoel ingezet waarbij de stof over de stoel is gespannen en er schuim onder de stof is verwerkt. De afmetingen van de stof zijn 1100 mm bij 650 mm (LxB). Voor het starten van de test wordt zowel het te testen textiel als de vulling onderhouden in een gekoelde omgeving. De gebeurtenissen van het ontsteken van de bron worden bijgehouden bv. tijd tot ontsteking van de stof, vlam dooft. Wanneer de vlam is gedoofd wordt tevens de vulling onderzocht.

Pass/Fail criteria

Er worden twee principes beschouwd bij het behalen of falen van de test: De progressieve smeul test en ontbrandingstest.

De onderstaande uitkomsten verwijzen naar falen bij de smeul test:

- Het resultaat van de test is wanneer het smeulen escaleert en er geblust dient te worden

- Het resultaat van de test waarbij het textiel blijft smeulen totdat het volledig vergaan is

- Het resultaat van de test waarbij er een extreme hoeveelheid schadelijke rook, hitte of smeulen plaatsvindt 60 minuten na ontsteking.

De onderstaande uitkomsten verwijzen naar falen bij de ontbrandingstest:

- Het escaleren van de vlam waarbij het onveilig wordt om de test voort te zetten

- Het resultaat van de test waarbij het blijft branden tot het volledige proefstuk geconsumeerd is.

- Het resultaat van de test waarbij de vlam de uiterste criteria bereikt van het proefstuk

- Het resultaat van de test waarbij het branden voorzet 10 minuten na het ontsteken van de bron.

De Internationale Maritieme Organisatie (International Maritime Organization, IMO) is een in Londen zetelende organisatie die op internationaal niveau afspraken tussen de deelnemende lidstaten bewerkstelligt om zodoende de scheepvaart zo veilig en milieuvriendelijk mogelijk te maken. De IMO is een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties en werd in 1948 opgericht en in 1958 ingesteld.

De IMO A652 (16) test

De test omschrijft de methode voor het beoordelen van de ontvlambaarheid van materiële combinaties op gestoffeerde meubelen. De ontstekingsbronnen die worden toegepast zijn een smeulende sigaret en een kleine vlam. De testprocedure wordt ook omschreven in de 'NORDTEST' methode NT fire 039 (sigaret) en NT fire 040 (kleine vlam)

De test wordt uitgevoerd op een test tuig. Tijdens het testen met de smeulende sigaret is het de bedoeling dat de sigaret in zijn geheel weg smeult. De ontwikkeling van het testobject wordt waargenomen. Twee parallelle proeven met smeulende sigaretten worden uitgevoerd.

Een kleine vlam(lucifer-vlam vergelijk) is gebruikt als ontbrandingsbron. Het proef object wordt blootgesteld aan de vlam voor 20 seconden en de ontwikkeling van het uitspreiden van de vlam wordt geobserveerd. Twee parallelle testen met een kleine vlam worden uitgevoerd.

Pass/fail procedure

Het geteste object mag geen tekenen vertonen van ontbranden zowel vlammen als smeulen gedurende 1 uur na de uitvoering van de test in geval van de smeulende sigaret

Het geteste object mag geen tekenen vertonen van ontbranden zowel vlammen als smeulen gedurende 120 seconden na de uitvoering van de test in het geval vlam test.

Als aan beide criteria is voldaan is het materiaal geschikt conform de norm IMO A652 (16).

FMVSS 302 (federale motorvoertuig standaard veiligheid USA)

De test omschrijft brandwerendheid vereisten voor materialen die worden toegepast binnen compartimenten van motorvoertuigen. De test wordt uitgevoerd in een metalen behuizing ter bescherming van de omgeving. De metalen behuizing heeft vaste afmetingen met een kijkvenster.

Fail/Pass criteria

Vijf proefstukken, met maatvoering 4 x 14 x nominale dikte (in inches) worden over de horizontale geëxposeerd en aan een 1,5 inch vlam blootgesteld voor 15 seconden. The mate van vlamverspreiding gemeten over de lengte van het proefstuk wordt geobserveerd. De maximale vlam verspreiding die is toegestaan is 4 inch per minuut wat neer komt op ca. 10 cm per minuut.

Afhankelijk van het type classificatie die gevraagd wordt, zijn materialen getest conform: UL 94HB, 94V-0, 94V-1, 94V-2, 94HBF-1, 94HF-2, 94-5V, 94VTM-0, 94VTM-1, of 94VTM-2. Het grootste verschil onderling tussen deze procedures is de oriëntatie van de test. Alle procedures leggen een verschillende reactie bloot aan de hand van een 'Bunsen' of 'Thirril' brander met verschillende vlamgroottes en verschillende tijdsschema's tussen de 3 en 60 seconden. Iedere procedure rankt de materialen in bepaalde klassen aan de hand van factoren. O.a. verschillende brand klassen, mogelijkheid tot zelf doven, na-vlam tijd, brand druppels, gloei tijd of door branden.

De VDI 6022 is een richtlijn van de afdeling Building Services van de Vereniging van Duitse Ingenieurs. De richtlijn beschrijft de stand van zaken met betrekking tot de gezondheidsvoorschriften voor air-conditioning systemen en apparatuur en de beoordeling van de luchtkwaliteit.

Carmat heeft EPDM profielen die voldoen aan de normering VDI 6022.

By clicking 'Accept All' you consent that we may collect information about you for various purposes, including: Statistics and Marketing